We moeten altijd de beste, de slimste en de meest succesvolle persoon zijn. Althans dat gevoel heerst in onze maatschappij. Onze samenleving zou ons dwingen om onze prestaties te optimaliseren, maar de druk om te presteren leggen we onszelf op. Vervolgens weerspiegelt dat zich weer in onze cultuur. Dat schrijft Rianne Philipsen in haar essay De cultuur van het moeten. Het gevolg hiervan is bijvoorbeeld dat steeds meer jonge werknemers thuis zitten met stress-gerelateerde klachten. Hoe komt het dat we zo moe zijn? En op welke manier kan de oorzaak de gevolgen helpen voorkomen?

Doordat deze generatie heel erg veel mogelijkheden heeft, krijgen we een lading positiviteit over ons heen. Alles mag en kan en het is toch leuk? Maar volgens Philipsen missen we enige mate van soevereiniteit. Het valt wel mee met de onafhankelijkheid die we lijken te hebben. ‘We geloven controle te hebben over onszelf, maar dit is een illussie, aangezien we onszelf vrijwillig uitbuiten zonder enige dwang van buiten. We moeten de beste, de slimste, de meest succesvolle zijn. We hebben immers de mogelijkheden daartoe. Dit maakt ons als moderne mens zowel dader als slachtoffer van onze eigen uitputtingsslag. De mens is de ondernemer van zichzelf, maar daarmee schuldig aan zijn eigen ondergang.”

“Er is weinig ruimte meer voor verdieping”

Voor andere generaties was dit anders, schrijft de masterstudente. Vroeger waren jongeren gehoorzaam aan hun meester, baas of ouders. Op het moment dat je ergens ontevreden of ongelukkig over was kon je dit toeschrijven aan dat wat er van hogere hand werd opgelegd. Nu willen we zelf presteren en kunnen we alleen onszelf de schuld geven van onze onvrede en vermoeidheid, aldus het essay.

Zelfbeschikkingsrecht
Volgens Philipsen heeft dit zelfbeschikkingsrecht een aantal gevolgen. “Er is weinig ruimte meer voor verdieping, we verspreiden onze capaciteiten over verschillende terreinen om in zoveel mogelijk zo goed mogelijk te zijn. Wanneer we het ene geleerd hebben gaan we het liefst zo snel mogelijk door naar het volgende. We willen ons continu  verbeteren. De vraag blijft echter hoe we onszelf uit deze cirkel van zelf opgelegde dwang krijgen. Of misschien is de daaraan voorafgaande vraag zelfs of we überhaupt uit deze cirkel willen komen.’

Het gevoel dat we altijd maar moeten presteren komt voort uit alle prikkels die van buiten op ons af komen. De huidige generatie is niet in staat om tegen deze impulsen in te gaan. Philipsen noemt een aantal voorbeelden. “Alle ruimte voor overdenking en beschouwing wordt in onze maatschappij volgestopt met smartphones, notebooks, werken in de trein, zakelijke gesprekken tijdens het autorijden, en ga zo maar door. We zijn nog niet begonnen met het verwerken van de ene prikkel, of de andere vliegt ons alweer om de oren. We zijn zo vermoeid dat we de prikkels van buiten niet meer kunnen negeren of blokkeren. We reageren ongeduldig en hyperactief op alles wat onze richting op komt. Want we willen toch niet een mogelijkheid missen? We reageren in een reflex, zonder enige keuze.”

“Alle ruimte voor overdenking en beschouwing wordt in onze maatschappij volgestopt met smartphones enzovoorts”

Cirkel doorbreken
Maar hoe kan je uit deze cirkel van opgelegde dwang komen? In plaats van alles snel te doen en op elke prikkel te reageren, zou je de rust en tijd moeten nemen om te kijken wat je echt wil en belangrijk vindt en daar vervolgens in te investeren, zo beantwoordt het essay deze vraag.  “Namelijk dat we kunnen doen wat we willen, wat ons gelukkig maakt. Niet wat we denken te moeten, wat we blijven nastreven zelfs wanneer we merken dat het ons afbreekt, ons ziek maakt en ons uiteindelijk een infarct van de ziel oplevert. Niet een leven lijden, maar een leven leiden. Niet omdat we moeten, maar omdat het goed doet.”

Op haar blog http://on-tmoeten.blogspot.nl/ portretteert Philipsen een aantal mensen die ‘zoeken naar een invulling van het leven dat hen, tegen alle verwachtingen in, minder onder druk zet en gelukkiger maakt.’ Aan het woord komt bijvoorbeeld een succesvol artiest die creatief wil blijven en besluit om het podium in te ruilen voor de hoek van de straat. En een ex-medewerker van de universiteit die nu op de markt werkt, omdat hij menselijk contact mistte. Volgens de filosofiestudente maakt dat niet lui en besluiteloos, maar vrijer, energieker en gelukkiger.
Wat denk jij? 

 

Advertisements